FFMI beschrijft vetvrije massa ten opzichte van lichaamslengte. Eerst rekent de tool je vetmassa uit met het ingevoerde vetpercentage. Daarna wordt de resterende massa gedeeld door je lengte in meters in het kwadraat. Dit is een beschrijvende index, geen afzonderlijke meting van je spieren.
Begrijp de twee waarden
FFMI zonder lengtecorrectie gebruikt alleen vetvrije massa en lengte. De genormaliseerde FFMI voegt één correctie toe: 6,3 × (1,80 − lengte in meters). Die correctie is onderzocht bij mannen en is geen vaste norm die voor iedereen geldt. Ze wordt één keer toegepast.
Een controlevoorbeeld
Bij 80 kg en 20% vet is de vetmassa 16 kg en de vetvrije massa 64 kg. Op 1,80 meter is FFMI 64 / 1,80² = 19,75. Omdat de lengte precies 1,80 meter is, verandert de normalisatie deze uitkomst niet.
De invoer bepaalt de onzekerheid
Als het vetpercentage vijf procentpunten te laag is geschat, rekent de tool bij 80 kg al vier kilogram te veel vetvrije massa mee. Een FFMI met twee decimalen kan dus zijn gebaseerd op een onnauwkeurige vetpercentageschatting. Gebruik steeds dezelfde vetpercentagemethode wanneer je een trend volgt.
FFMI kan geen dopinggebruik aantonen en voorspelt geen genetisch plafond. Water, botten en organen vallen onder vetvrije massa. De vetvrije-massatool rekent vetmassa en vetvrije massa apart uit; genetisch potentieel legt uit waarom een persoonlijk eindgewicht niet uit één index volgt.
