Op de ene leg press gebruik je 80 kg, terwijl op een andere 60 kg al zwaar voelt. Dat betekent niet automatisch dat je kracht bent kwijtgeraakt. Het getal op een gewichtstapel of schijfhouder beschrijft niet alles wat je tijdens de beweging tegenkomt. Begin bij een ander toestel daarom een nieuwe meetreeks.
Noteer het apparaat, de stoel- of rugleuningstand, het gebruikte handvat en je herhalingen. Zo kun je op dat toestel vooruitgang volgen zonder een omrekenfactor te verzinnen. ‘Machine bij het raam, stoelstand 4’ is vaak al een bruikbaar herkenningspunt in je logboek.
Wat het getal niet vertelt
Apparaten kunnen verschillen in kabelverloop, hefboom, bewegingsbaan en de massa van delen die meebewegen. Ook je eigen instelling verandert hoe je op het toestel zit en welk deel van de beweging je uitvoert. Een geselecteerde belasting is daardoor niet hetzelfde als een complete beschrijving van de oefening.
Bij een schuine leg press spelen bijvoorbeeld het type slede en de constructie mee. Een zittend toestel met gewichtstapel is een andere opstelling. De cijfers naast elkaar zetten levert geen betrouwbare conversietabel op.
Houd per toestel een eigen regel bij
| Gegeven | Voorbeeldnotitie |
|---|---|
| Toestel | Seated row links naast de kabeltoren |
| Instelling | Stoelstand 3, bekende borststeunstand |
| Handvat | Smalle greep van hetzelfde type |
| Belasting | Gekozen stand of schijven, zoals aangegeven |
| Werksets | 10, 10 en 9 herhalingen |
| Opmerking | Eerste sessie op dit apparaat |
Schrijf geen geschat equivalent van je vorige toestel op. Je werkelijke prestatie op het nieuwe apparaat is genoeg om de volgende sessie te plannen. Bij het trainingslogboek staat hoe je zulke gegevens overzichtelijk bewaart.
Behandel het eerste bezoek als kennismaking
Zoek eerst uit hoe de fabrikant de instellingen en bediening aangeeft. Kies niet blind het getal dat je op je vorige machine gebruikte. De eerste sessie is bedoeld om een bekende beweging op een nieuw toestel goed te leren instellen en je uitgevoerde sets vast te leggen.
Je hoeft ook geen maximaaltest te doen om een nieuw startpunt te krijgen. Een genoteerde gewone werkset kan later opnieuw worden uitgevoerd. Zodra je het toestel en je instellingen kent, kun je met die reeks verder werken.
Gebruik dezelfde uitvoering voor een bruikbare vergelijking
Meer herhalingen kunnen komen door een kortere beweging, een andere stoelstand of meer hulp van je romp. Leg zulke veranderingen apart vast. Het resultaat is dan niet zonder meer vergelijkbaar met je vorige notitie.
Dit geldt ook wanneer het toestel zelf niet veranderde. Een nieuwe greep of een andere leuningstand kan reden zijn om eerst opnieuw vertrouwd te raken met de opstelling. Bekijk bij de seated row welke onderdelen van die specifieke variant bij de uitvoering horen.
Wisselen kan praktisch zijn zonder een recordvergelijking
Je hoeft niet aan één toestel vast te zitten wanneer het bezet is of je op een andere locatie traint. Een alternatief kan praktisch zijn. Houd alleen duidelijk welk toestel je gebruikte en verwacht geen overeenkomst tussen de weergegeven kilo's.
Onderzoek waarin mannelijke beginners met machines en vrije gewichten trainden laat zien dat verschillende materiaalkeuzes kunnen werken. Dat is geen onderbouwing om de cijfers van twee machines gelijk te stellen. Je keuze voor beschikbaar materiaal en je vergelijking van prestaties zijn twee verschillende vragen.
Voorbeeld met twee locaties
Op locatie A doe je op de rowmachine drie sets met stand 45: 12, 11 en 10 herhalingen. Op locatie B kies je na kennismaken stand 35 en noteer je 11, 10 en 10. Je bewaart beide reeksen onder een aparte naam.
Kom je terug op locatie B en doe je later 12, 11 en 10 bij dezelfde instelling, dan kun je die verandering volgen. Je hoeft niet te beslissen of stand 35 daar precies overeenkomt met 45 elders. Voor je volgende stap gebruik je progressieve overload binnen dezelfde reeks, met dezelfde variant en instellingen.
