Je trekt een handvat een meter naar je toe, terwijl de gekozen stapel een kortere weg omhoog gaat. Het geselecteerde getal en de kracht aan je hand zijn daardoor niet automatisch hetzelfde. Zoek de opgegeven verhouding bij precies de uitgang die je gebruikt.
Eén toestel kan meerdere uitgangen hebben met verschillende overbrengingen. Zet daarom ook de aansluiting in je trainingsnotitie, niet alleen het getal op de stapel.
Lees de opgave voor de juiste uitgang
Bij een verhouding van 2:1 verplaatst het handvat in het ideale voorbeeld tweemaal zo ver als de last. De benodigde trekkracht is dan de helft van de kracht die bij de last hoort. Bij 1:1 zijn die verplaatsingen en krachten in hetzelfde ideale voorbeeld gelijk.
Tel niet alleen zichtbare wielen op een foto. De hele kabelroute en de gekozen aansluiting bepalen de overbrenging; de handleiding geeft de bruikbare opgave van het toestel.
Reken kracht en afstand samen uit
Neem een last met een neerwaartse kracht van 200 newton (N). In dit rekenvoorbeeld laten we wrijving en versnelling buiten beschouwing. We trekken het handvat telkens 1 meter.
| Verhouding | Kracht aan het handvat | Weg handvat | Weg last | Kracht × weg aan beide kanten |
|---|---|---|---|---|
| 1:1 | 200 N | 1,00 m | 1,00 m | 200 joule |
| 2:1 | 100 N | 1,00 m | 0,50 m | 100 joule |
Bij 2:1 geeft de lagere trekkracht dus een kortere verplaatsing van de last. Om dezelfde last een hele meter op te tillen, moet het handvat in dit voorbeeld twee meter afleggen: 100 N × 2 m = 200 joule. Er ontstaat geen extra arbeid door de katrol.
Een echte kabel loopt over wielen en ondervindt wrijving. Deze tabel verklaart de verhouding; zij meet niet de werkelijke trekkracht van jouw apparaat. Newton is hier de krachteenheid, kilogram de massa-eenheid.
Eén stapel, twee opgegeven verhoudingen
Rogue vermeldt voor de CTM-1 Functional Trainer één gewichtsbron met een 2:1-verhouding voor de verstelbare functionele kabel en 1:1 voor de lat-pulldown- en lage-roeiaansluiting. Je kunt dus binnen dit exacte model al een andere verhouding tegenkomen.
Neem die opgave niet automatisch over voor een ander kabelstation. Ook een overeenkomstig uiterlijk bewijst niet dat de kabelroute gelijk is. Bij een kabelstation voor thuis kiezen controleer je de aansluitingen en benodigde ruimte vóór aankoop.
Bewaar vier gegevens in je logboek
Schrijf model, gebruikte uitgang, geselecteerde stapelwaarde en gekozen handvat op. Noteer de hoogte-instelling als die bij jouw oefening hoort. Houd een andere uitgang apart wanneer de verhouding verschilt.
Een logboekregel kan bijvoorbeeld luiden: CTM-1 — verstelbare kabel — 2:1 volgens fabrikant — geselecteerde stapelwaarde … — handvat …. Vul de werkelijke instelling in; deel niet ieder toestelgetal standaard door twee.
Kies het juiste kabelhandvat bij je bestaande oefening. Voor verschillen tussen complete toestellen lees je waarom dezelfde kilogramstand anders kan voelen.
