Je hebt twee kookpannen en een koekenpan, maar je wilt niet dat één onderdeel koud op het bord ligt terwijl een ander nog gaart. Werk vanuit het gewenste eetmoment terug. Lees de aanwijzingen van de producten en noteer welke stappen tijd kosten zonder dat je er voortdurend bij hoeft te blijven.
Dit voorbeeld gebruikt aardappelen, broccoli en kip voor twee mensen. De klok is een planningsoefening: je controleert telkens de werkelijke gaarheid en past je start aan als jouw producten of apparatuur meer tijd nodig hebben.
Maak eerst een lijst
| Onderdeel | Voorbereiding | Hoe controleer je het? |
|---|---|---|
| Aardappelen | Schillen en in gelijke stukken snijden | Met een vork controleren of ze gaar zijn |
| Broccoli | Wassen en in roosjes verdelen | Het dikste stukje proeven of met een vork controleren |
| Kipfilet | Met een afzonderlijk mes en plank in gelijke stukken snijden | In het dikste deel minimaal 75 °C meten |
Houd schoon gerei voor de gare maaltijd achter. Gebruik het bord en de tang die rauwe kip raakten pas na grondig schoonmaken opnieuw. Meer hierover staat bij rauw en bereid voedsel scheiden.
Werk terug vanaf half zeven
Stel dat jouw aardappelstukken volgens de gekozen grootte ongeveer 20 minuten nodig hebben en dat je vanaf 18.30 uur wilt eten. Het Voedingscentrum noemt voor broccoli als kookvoorbeeld ongeveer 4 minuten. Dat zegt niet dat iedere roos of pan tegelijk klaar is.
| Tijd | Wat doe je in dit voorbeeld? |
|---|---|
| 18.00 | Was en snijd groenten, zet twee pannen en schone borden klaar. |
| 18.05 | Breng het water voor de aardappelen aan de kook, bereid de rauwe kip apart voor en reinig mes en plank. |
| 18.10 | Doe de aardappelstukken in het kokende water; tel de kooktijd vanaf het opnieuw koken. |
| 18.15 | Begin met het bakken van de kip en keer de stukken. |
| 18.20 | Breng in de tweede pan water voor de broccoli aan de kook. |
| 18.24 | Doe de broccoliroosjes in het kokende water. |
| 18.28 | Controleer broccoli, aardappelen en de temperatuur van de dikste kipstukken. |
| 18.30 | Zijn alle onderdelen gaar, giet af en serveer met schoon gerei. Zo niet, laat het onderdeel verder garen en verschuif het eten. |
De aardappelen zijn in dit voorbeeld om 18.30 uur pas ongeveer 20 minuten bezig als het water na toevoegen direct opnieuw kookt. Tel ook de broccolietijd pas vanaf het moment dat het water na toevoegen weer kookt. Duurt het opwarmen langer, zet de pan eerder op of schuif de eetafspraak op. Hetzelfde geldt voor kipstukken van verschillende dikte.
Pas je planning aan het echte bord aan
Schrijf de daadwerkelijke tijden na het koken op. Dan kun je een volgende keer zien welke pan het meest tijd kostte. Heb je maar twee pitten, bereid dan een onderdeel anders of maak ruimte in de planning; de drie pannen passen niet tegelijk op twee zones.
Bij de keukenthermometer lees je hoe je de temperatuur meet. De weekplanning met vier kookmomenten gaat juist over verschillende dagen en eventuele bewaarporties.
