Stukken gevogelte en paprika rijg je om en om aan prikkers voordat ze de oven in gaan. Controleer of het dikste stuk 75 °C bereikt. Je maakt de koude saus in een aparte kom en bewaart die gekoeld totdat de gare spiesjes op een schoon bord liggen.
Voor twee personen heb je vier geschikte prikkers, een ovenvaste schaal, twee snijplanken en een thermometer nodig. Volg de gebruiksinstructies van de gekozen prikkers.
Ingrediënten
| Ingrediënt | Hoeveelheid |
|---|---|
| Kipfilet, rauw | 300 g |
| Rode paprika, schoongemaakt | 250 g |
| Volkoren pita | 2 stuks, samen bijvoorbeeld 140 g; weeg je eigen brood |
| Naturel yoghurt | 150 g |
| Komkommer | 150 g |
| Olie | 10 g |
| Citroensap | 10 ml |
| Paprikapoeder en peper | Naar smaak |
Bereiding
- Was de komkommer en rasp hem op een schone plank. Meng met yoghurt en citroensap. Dek de saus af en zet in de koelkast.
- Verwarm de oven voor op 200 °C boven- en onderwarmte. Snijd de paprika in grote, ongeveer gelijke stukken en doe die in een kom.
- Snijd de rauwe kip op een andere plank in gelijke stukken. Rijg kip en paprika afwisselend aan vier prikkers. Bestrijk met de olie en kruiden en leg in de ovenvaste schaal. Was handen en reinig de hulpmiddelen die rauwe kip hebben aangeraakt.
- Bak tot alle stukken gaar zijn. Keer de spiesjes met een schone tang en controleer de dikste kipstukken met een schone thermometer: minimaal 75 °C in de kern. De benodigde tijd hangt af van de afmetingen.
- Verwarm de pita volgens de verpakking. Leg de gare spiesjes met een schone tang op borden en serveer de gekoelde saus apart. Gebruik geen schaal of gerei waar rauwe kip op lag voor de bereide spiesjes.
Verdeel de ingrediënten
Ieder bord krijgt twee spiesjes, één pita en de helft van de komkommersaus. Gebruik voor brood het werkelijke gewicht van jouw verpakking; één pita is niet altijd even zwaar.
Bij rauw en bereid voedsel scheiden vind je een checklist voor plank, tang en bord. Wil je groente erbij serveren, lees dan hoe je sperziebonen kiest en bereidt.
