De koude boter wrijf je met je vingertoppen door het droge mengsel tot grove kruimels ontstaan. Voeg het vochtige deel toe en breng alles kort samen. Het wordt een zacht deeg dat je kunt uitsteken, geen vloeibaar beslag dat je in holtes schept.
Je maakt zes broodjes voor twee lunches met rauwkost en kwark erbij. Gebruik een kom, bakplaat en ronde uitsteker van ongeveer 6 cm. Reken op 20 minuten voorbereiden en ongeveer 18 tot 22 minuten bakken. Houd de boter koud tot je begint.
Ingrediënten voor twee porties
| Ingrediënt | Hoeveelheid |
|---|---|
| Tarwebloem | 200 g, plus maximaal 10 g voor werkvlak |
| Bakpoeder | 8 g |
| Koude roomboter | 40 g |
| Kwark naturel voor deeg | 100 g |
| Melk voor deeg | 50 ml, zo nodig iets extra |
| Geraspte kaas | 50 g |
| Bieslook, fijngeknipt | 5 g |
| Melk voor bestrijken | 10 ml |
| Kwark naturel voor erbij | 150 g |
| Komkommer | 200 g |
| Tomaten | 200 g |
| Zwarte peper | Naar smaak |
Bereiding
- Verwarm de oven voor op 200 °C boven- en onderwarmte. Bekleed de plaat met geschikt bakpapier.
- Meng bloem en bakpoeder in een kom. Snijd de koude boter in kleine blokjes en wrijf met de vingertoppen door de bloem tot grove kruimels ontstaan. Maak de boter niet eerst vloeibaar.
- Schep kaas en bieslook erdoor. Voeg 100 gram kwark en de 50 ml melk toe. Meng met een vork en daarna kort met je handen tot het deeg samenhangt. Voeg alleen kleine scheutjes extra melk toe als droge kruimels niet willen aansluiten.
- Bestuif het werkvlak licht met bloem. Druk het deeg tot ongeveer 2 cm dik en steek zes ronde stukken uit. Breng overgebleven deeg kort samen voor het laatste stuk; kneed niet langdurig.
- Leg met ruimte ertussen op de plaat en bestrijk dun met de resterende melk. Bak ongeveer 18 tot 22 minuten, tot ze gerezen en licht goudbruin zijn. Controleer één broodje in het midden: er mag geen nat rauw deeg achterblijven. Bak langer als dat nodig is.
- Laat op een rooster wat afkoelen. Was en snijd de komkommer en tomaten. Verdeel drie broodjes, 75 gram kwark en de helft van de rauwkost per persoon.
Houd deeg en beslag uit elkaar
De korte mengstap is onderdeel van deze bereiding. Voeg niet zoveel vocht toe dat het mengsel vloeibaar wordt. De hartige groentemuffins gebruiken juist een schepbaar beslag en een vorm met holtes.
Bij meel, bloem en bakmix controleer je of er al rijsmiddel in een product zit. Dit recept begint met gewone tarwebloem en apart afgewogen bakpoeder; neem niet dezelfde hoeveelheid zelfrijzend mengsel én opnieuw het bakpoeder.
Verdeel de hele hoeveelheid
Een kleiner rondje kan meer dan zes stuks opleveren. Verdeel dan nog steeds de hele batch over twee lunches; meer stuks betekent niet dat er ingrediënten bijkomen. Gebruik voor een berekening het werkelijk gebruikte meel, eventuele extra melk en de kaas in de receptcalculator.
Weeg de gebruikte melk als je waarden per 100 gram invoert. Neem milliliters niet automatisch als grammen over; bij gram en milliliter omrekenen lees je hoe je hoeveelheid en etiketwaarden op elkaar afstemt.
