Je maatbeker geeft een inhoud aan, terwijl de keukenweegschaal het gewicht toont. Op een fles staat de energie per 100 ml, maar je receptberekening vraagt waarden per 100 g. Neem die getallen niet ongewijzigd over: dezelfde inhoud kan bij verschillende vloeistoffen een ander gewicht hebben.
Controleer daarom eerst de eenheid op de fles. Weeg daarna een afgemeten hoeveelheid zonder het gewicht van de beker. Met die meting kun je het vloeibare ingrediënt en de voedingswaardetabel op dezelfde basis zetten.
Controleer wat je werkelijk wilt invullen
Grammen beschrijven massa; milliliters beschrijven volume. Een liter is 1.000 milliliter. Daaruit volgt niet dat iedere liter voeding precies één kilogram weegt. Het RIVM noemt bijvoorbeeld olie en ijs als producten waarbij de dichtheid duidelijk van water verschilt.
Geef je een portie van 50 ml op bij waarden per 100 ml, dan kun je rechtstreeks met de helft rekenen. Gebruik je juist een weegschaal of de receptcalculator, dan moeten hoeveelheid en waarden beide bij grammen passen. Die calculator vraagt bij ieder ingrediënt het gewicht en de waarden per 100 g.
Meet inhoud en gewicht van hetzelfde product
- Zet een lege maatbeker op de weegschaal en zet de aanduiding op nul.
- Meet een hoeveelheid af die je duidelijk kunt aflezen, bijvoorbeeld 100 ml.
- Lees het gewicht van alleen die vloeistof af.
- Noteer product, inhoud en gewicht bij elkaar.
Gebruik de schaalverdeling van je maatbeker, geen willekeurig glas waarvan je de inhoud niet kent. Een klein scheutje is lastiger af te lezen dan een grotere hoeveelheid. De nauwkeurigheid hangt af van je maatbeker en weegschaal. Meer decimalen in de uitkomst veranderen dat niet.
Een gekozen rekenvoorbeeld met olie
Stel dat 100 ml van de olie in je meting 92 g weegt. Het gekozen voorbeeldetiket vermeldt 828 kcal, 92 g vet, 0 g eiwit en 0 g koolhydraten per 100 ml. Deze getallen laten de berekening zien; neem voor jouw fles de eigen gegevens en passende verhouding.
| Wat bereken je? | Berekening | Uitkomst |
|---|---|---|
| Gewicht per milliliter | 92 ÷ 100 | 0,92 g per ml |
| Energie per 100 g | 828 × 100 ÷ 92 | 900 kcal |
| Vet per 100 g | 92 × 100 ÷ 92 | 100 g |
| Energie in 20 g | 900 × 20 ÷ 100 | 180 kcal |
De omrekening naar waarden per 100 g is dus: waarde per 100 ml × 100 ÷ gewicht van die 100 ml. Pas dezelfde factor toe op eiwit, koolhydraten en vet als die op het etiket staan.
Zo past het voorbeeld in de receptregel
Voor 20 g van deze voorbeeldolie vul je bij hoeveelheid 20 g in, bij energie 900 kcal per 100 g en bij vet 100 g per 100 g. Eiwit en koolhydraten zijn in dit voorbeeld beide 0 g per 100 g. Neem die nullen alleen over als ze bij jouw product horen; vul ontbrekende informatie niet zelf in.
Je kunt de portie ook terugrekenen naar inhoud: 20 ÷ 0,92 = ongeveer 21,74 ml. Met het voorbeeldetiket geeft dat opnieuw ongeveer 180 kcal. Het is dezelfde hoeveelheid via een andere eenheid.
Gebruik de verhouding waarvoor je hebt gemeten
De 0,92 uit het voorbeeld is geen vaste omrekenfactor voor melk, saus, olie of alle andere vloeistoffen. Gebruik hem alleen voor dit rekenvoorbeeld. Bij een ander product heb je passende gegevens nodig.
Staan op jouw verpakking al waarden per 100 g, dan vervalt de omrekening: weeg je ingrediënt en gebruik die tabel. Controleer bij etiketten lezen ook of de waarden bij het verkochte of bereide product horen.
