Vul per oefening het aantal werksets en het aantal sessies per week in. Wijs de spiergroep toe die je direct wilt tellen en noteer eventuele indirecte belasting apart. Zo zie je hoe de sets uit je schema over de week verdeeld zijn.
Directe en indirecte sets
Een set biceps curls kun je als direct armwerk registreren. Bij een roeioefening kun je bijvoorbeeld rug als directe categorie kiezen en biceps als indirecte. De gekozen indeling is een manier om je schema te ordenen. De tool beoordeelt niet hoeveel groeiprikkel iedere spier werkelijk ontvangt.
Directe en indirecte sets blijven daarom in aparte kolommen staan. Een indirecte set wordt niet automatisch een halve directe set. Gebruik bij vergelijkingen steeds dezelfde indeling.
Een week optellen
Drie werksets van een oefening, twee keer per week, geven zes wekelijkse sets in de gekozen categorie. Doe je daarnaast twee directe sets in één andere sessie, dan komt die categorie op acht directe sets. Tel lichte voorbereidende sets apart van je werksets.
Bij een oefening per been noteer je bijvoorbeeld drie sets wanneer je drie rondes voor beide benen doet. Verdubbel het aantal niet alleen omdat links en rechts aan bod komen. Licht de notatie toe in je logboek en houd haar gelijk.
Gebruik het overzicht om je schema te bekijken
Een telling laat de verdeling zien; hij bepaalt geen persoonlijk optimaal aantal sets. Uitvoering, belasting, inspanning en herstel zijn niet uit deze som af te lezen. Lees bij sets en herhalingen hoe je werksets noteert en gebruik je trainingsschema evalueren om de telling naast je voortgang te leggen.
