Vul per oefening het aantal sets, herhalingen en seconden per herhaling in. Voeg de rust tussen sets, de tijd voor materiaalwissels en je voorbereiding toe. De som laat zien hoeveel minuten de geplande sessie ongeveer vraagt.
Wat telt mee?
Voor een oefening rekent de tool sets × herhalingen × seconden per herhaling. Daar komt rust bij tussen de sets. Bij drie sets zijn dat twee rustpauzes; na de laatste set telt geen extra pauze binnen die oefening mee.
Drie sets van tien herhalingen met vier seconden per herhaling geven twee minuten beweging. Met twee rustpauzes van twee minuten komt die oefening op zes minuten. Met drie oefeningen zijn er twee overgangen. De wisseltijd geldt voor iedere overgang en kan ook rust na de laatste set van de vorige oefening bevatten.
Neem je voorbereiding apart op
Voer de totale tijd voor binnenkomen, instellen en voorbereidende sets in bij voorbereiding. De tool leidt die tijd niet af uit je werksets. Houd ook rekening met een drukke zaal: wachten op bezet materiaal staat alleen in je som als je er tijd voor reserveert.
Gebruik de schatting om te plannen
De berekening gaat uit van opeenvolgende sets. Een superset of circuit kan rust en beweging laten overlappen; tel die indeling niet zonder aanpassing alsof alles na elkaar gebeurt. Het ingevoerde tempo is een tijdschatting, geen voorgeschreven bewegingssnelheid.
Past de uitkomst niet in je agenda, bekijk dan de prioriteiten bij krachttraining in 45 minuten. Verkort rust tussen sets niet alleen om het totaal passend te maken; kijk ook naar het aantal oefeningen en werksets.
