Verstreken tijd, timertijd en beweegtijd uit elkaar houden

Kies het juiste tijdveld voor je notitie. Vergelijk totale verstreken tijd, de activiteitstimer en geregistreerde beweegtijd met een uitgewerkt voorbeeld.

Redactie Gespierd LichaamGepubliceerd 3 min leestijd
Een sporthorloge, stopwatch en gesloten notitieboek op een trainingsbank

Je begint om 18.00 uur, zet de timer tijdens een onderbreking vijf minuten stil en bent om 18.30 uur klaar. In het overzicht kunnen 30 minuten en 25 minuten allebei kloppen. Het ene cijfer telt de hele periode; het andere laat de gestopte registratie weg.

Kies vóór het vergelijken welk cijfer je nodig hebt. Voor een afspraak in je agenda is de volledige duur nuttig. Voor een opgeslagen blok wil je weten hoe lang de activiteitstimer heeft gelopen.

Zoek de exacte veldnaam

De handleiding van de Garmin Forerunner 265 maakt onder meer het volgende onderscheid. Controleer bij een ander model de eigen veldnamen; een app kan andere vertalingen of berekeningen gebruiken.

Veld in de handleiding Wat telt het?
Elapsed Time De totale verstreken tijd, inclusief perioden met een gestopte timer
Timer De tijd van de activiteitstimer
Moving Time De tijd die als bewegen wordt geregistreerd

Beweegtijd is daarmee geen synoniem van timertijd. Je kunt stilstaan terwijl de activiteitstimer doorloopt. Uit alleen de andere twee totalen kun je de geregistreerde beweegtijd niet altijd afleiden.

Werk één onderbreking uit

Neem deze gekozen tijdlijn. De timer wordt in de onderbreking handmatig gestopt en daarna hervat.

Kloktijd Gebeurtenis Bijdrage aan activiteitstimer
18.00–18.12 Registratie loopt 12 minuten
18.12–18.17 Timer gestopt 0 minuten
18.17–18.30 Registratie hervat 13 minuten
Hele periode Van begin tot einde 25 minuten timertijd; 30 minuten verstreken tijd

De vijf minuten zijn dus niet verdwenen. Ze zitten wel in de verstreken periode en niet in deze activiteitstimer. Het voorbeeld bevat geen gegevens waarmee je de beweegtijd afzonderlijk kunt vaststellen.

Leg vast wat je vergelijkt

Noteer bij twee sessies dezelfde veldnaam en eenheid. Zet ook een veranderde pauze-instelling in je notities. Zo verklaar je een verschil voordat je het als sneller of langzamer trainen uitlegt.

Gebruik je een handmatige pauze, bedenk dan welke onderbrekingen je ermee weglaat. Een geactiveerde automatische pauzefunctie kan eveneens invloed hebben op het verloop van de activiteitstimer; controleer de instelling van het gekozen profiel en model.

Gebruik de tijd die bij je taak hoort

Voor de duur die je in een agenda moet vrijhouden neem je de hele sessie mee. De trainingstijdcalculator helpt vooraf werksets en geplande pauzes op te tellen. De uitkomst is een planning, geen uitgelezen horlogeveld.

Wil je juist rust tussen sets timen, stel dan een losse pauze of herhaalde trainingstimer in. Gebruik je sessie-RPE, volg dan de daar beschreven keuze voor de duur van de hele sessie; vervang die niet ongemerkt door alleen de beweegtijd.

Bronnen

  1. Garmin — Forerunner 265, handleiding versie 9, juni 2025