Je spreekt samen af, maar gebruikt niet automatisch hetzelfde gewicht of dezelfde rust. De één doet tien herhalingen met 20 kg, de ander acht met 30 kg. Jullie kunnen hetzelfde toestel delen en toch ieder een eigen training volgen. Spreek vooraf af wie begint, wanneer je wisselt en waar ieder zijn instellingen opschrijft.
De tijd waarin de ander beweegt, telt mee als jouw rust. Dat betekent niet dat je direct aan de beurt moet zodra die persoon klaar is. Meet vanaf het einde van je eigen set tot het begin van je volgende set. Zo voorkom je dat een gezellige gezamenlijke afspraak ongemerkt een gehaaste training wordt.
Leg twee eigen trainingen naast elkaar
Kies eerst ieder een passend trainingsschema. Hebben jullie dezelfde oefening op het programma, dan kun je die samen plannen. Bij verschillende oefeningen hoef je niet alles gelijk te trekken. Spreek bijvoorbeeld een gezamenlijk begin en einde af en werk tussendoor afzonderlijk.
Noteer per persoon het werkgewicht, de stoelstand en het aantal werksets. Een toestel met een snel te verzetten gewichtspen is vaak eenvoudiger te delen dan materiaal dat je steeds uitgebreid moet ombouwen. Vraag bij onbekende instellingen om uitleg; de ander hoeft jouw lichaamsmaten niet te hebben.
Reken de rust vanaf je eigen set
Dit voorbeeld gebruikt sets van 40 seconden, wissels van 20 seconden en voor allebei minstens twee minuten rust. De klok start bij de eerste werkset van Noor.
| Gebeurtenis | Tijd op de klok |
|---|---|
| Noor, set 1 | 0:00–0:40 |
| Gewicht en stoelstand wisselen | 0:40–1:00 |
| Sam, set 1 | 1:00–1:40 |
| Terugzetten en wachten | 1:40–2:40 |
| Noor, set 2 | 2:40–3:20 |
| Wisselen | 3:20–3:40 |
| Sam, set 2 | 3:40–4:20 |
Noor rust van 0:40 tot 2:40; Sam van 1:40 tot 3:40. Voor beiden is dat twee minuten. Alleen de eerste wissel en de set van de ander duren samen één minuut. Meteen weer beginnen zou hier dus te vroeg zijn. De tijden zijn een rekenvoorbeeld; kies jullie eigen rust tussen sets.
Houd allebei een eigen logboek bij
Schrijf de uitkomst apart op: ‘Noor, stoel 3, 20 kg, 10/9’ en ‘Sam, stoel 5, 30 kg, 8/8’. Geef zelfstandig voltooide herhalingen weer. Een herhaling waarbij de ander meehelpt is geen gelijkwaardige herhaling voor je volgende vergelijking.
Gebruik je trainingslogboek ook wanneer de ander een sessie mist. De afspraak hoeft dan niet te vervallen. Je eigen oefenkeuze, belasting en opbouw blijven herkenbaar.
Pas het samendoen aan de zaal aan
Reserveer geen tweede toestel terwijl jullie nog op het eerste werken. Bij drukte kun je een oefening afzonderlijk afmaken of later samenkomen. De opties bij een drukke sportschool helpen daarbij.
Spreek na afloop één praktische aanpassing af als het wisselen te lang duurde: minder verschillende instellingen, een andere volgorde of een deel apart trainen. Meer kilo’s tillen dan de ander is geen voorwaarde voor een geslaagde gezamenlijke afspraak.
