Vul het gewenste totaalgewicht, het gewicht van de stang en je beschikbare paren in. Je krijgt een gelijke verdeling links en rechts. Met een stang van 20 kg en een gewenst totaal van 55 kg moet aan iedere kant 17,5 kg: bijvoorbeeld 10 + 5 + 2,5 kg.
Geef je beschikbare paren op
Eén paar betekent twee exemplaren van hetzelfde gewicht: één voor links en één voor rechts. Heb je vier schijven van 5 kg, vul dan twee paren in. Voeg alleen gewichten toe die je werkelijk kunt gebruiken.
De berekening zoekt met die voorraad naar een haalbaar totaal. Kan het gevraagde gewicht niet precies, dan zie je het dichtstbijzijnde totaal en de afwijking. Bij een even grote afwijking kiest de tool het lagere totaal. Je bepaalt zelf of dat bij je training past.
Zo wordt de verdeling berekend
Trek het stanggewicht van het gewenste totaal af en deel het restant door twee. Voor 55 kg met een stang van 20 kg is dat (55 − 20) ÷ 2 = 17,5 kg per kant. Bij meerdere passende combinaties kiest de tool degene met het kleinste aantal schijven.
Niet iedere stang weegt 20 kg; er bestaan bijvoorbeeld ook stangen van 15 kg. Neem eventuele klemmen consequent mee in het ingevoerde basisgewicht als je die wilt meetellen. De gids over haltergewicht berekenen geeft meer voorbeelden.
Van werkgewicht naar voorbereiding
Kies eerst je startgewicht. Voor de voorbereiding kun je vervolgens opwarmsets berekenen. Controleer het klaargemaakte totaal voordat je begint.
