De eerste weken lukt een bekende oefening steeds soepeler. Je haalt meer herhalingen, terwijl het meetlint nauwelijks verandert. Die twee waarnemingen hoeven elkaar niet tegen te spreken: een geleverde prestatie hangt niet alleen af van de afmetingen van een spier.
Je zenuwstelsel stuurt de aanspanning aan. Veranderingen in die aansturing kunnen bijdragen aan een hogere krachtprestatie. Dat betekent niet dat iedere vroege verbetering uitsluitend uit het zenuwstelsel komt, of dat er in die periode geen weefselverandering kan plaatsvinden.
Wat een studie naar aansturing laat zien
Del Vecchio en collega's onderzochten vier weken isometrische training van de spieren die de voet omhoog trekken. Ze volgden afzonderlijke motorische eenheden met oppervlakte-elektroden en vergeleken een trainingsgroep met een controlegroep.
Na de training zagen zij veranderingen in de ontladingsfrequentie en in de drempels waarbij die eenheden werden gerekruteerd. Die bevinding ondersteunt dat de aansturing kan veranderen tijdens krachttraining. Het was geen onderzoek naar alle oefeningen van een trainingsschema en het levert geen percentage op waarmee je jouw vooruitgang in ‘zenuwen’ en ‘spiergroei’ kunt verdelen.
Controleer eerst of je dezelfde prestatie vergelijkt
Meer herhalingen kunnen ook samengaan met een andere uitvoering of testomstandigheid. Schrijf daarom niet alleen het eindgetal op. Controleer dezelfde oefenvariant, rust, opstelling en bewegingsuitslag.
| Waarneming | Wat kun je rechtstreeks zeggen? |
|---|---|
| Meer herhalingen bij dezelfde afspraken | Die prestatie is verbeterd |
| Een andere stoelstand op de machine | De opstelling is veranderd |
| Dezelfde ontspannen armomtrek | Die lichaamsmaat bleef bij deze metingen gelijk |
| Meer kilo's op een nieuw apparaat | Je hebt een resultaat op een ander toestel; begin een nieuwe vergelijking |
Houd in je trainingslogboek veranderingen van materiaal zichtbaar. Een nieuw toestel hoeft geen probleem te zijn; het vraagt alleen om een eigen vergelijkingsreeks.
Geef een meetlint niet de taak van een krachtmeting
Een buitenomtrek bevat meerdere weefsels en is geen directe maat van de gehele spier. Andersom berekent een beter tilresultaat geen extra centimeters. Bij kracht of spiergroei kies je daarom bewust welke uitkomst voor je doel relevant is.
Lees je een onderzoek, kijk dan welke omvangsmaat de onderzoekers gebruikten. Spierdikte en spiervolume leggen uit waarom ook die twee niet onderling uitwisselbaar zijn.
Ga verder met je afgesproken opbouw
Je hoeft een reeks goede prestaties niet af te wijzen omdat het meetlint nog niet meebeweegt. Blijf dezelfde afspraken gebruiken en leg vast wat er daadwerkelijk verandert. Als omvang je doel is, volg je die uitkomst daarnaast op vaste meetmomenten. Het ene gegeven hoeft het andere niet te verklaren om allebei bruikbaar te zijn.
