Je traint op maandag en donderdag, maar brengt op een gewone werkdag ook veel tijd achter een bureau en in de auto door. Zet die dag eens op papier. Een telefoongesprek, je middagpauze en een afspraak op een andere verdieping zijn mogelijke momenten om je stoel te verlaten.
Schrijf op welke blokken je op een stoel doorbrengt en kies twee haalbare onderbrekingen. Kijk eerst naar je bestaande route en afspraken. Een extra sportschoolbezoek is voor deze taak niet nodig: je zoekt ruimte binnen de werkdag die je al hebt.
Maak de hele dag zichtbaar
Neem ook de reis en de avond mee. Een staand beroep heeft een andere indeling dan acht uur beeldschermwerk. Vul daarom je eigen situatie in voordat je een voorbeeld overneemt.
| Moment | Wat gebeurt er gewoonlijk? | Wat kun je doen? |
|---|---|---|
| Reis naar werk | Een halfuur in de auto of trein | Een beloopbaar stuk van de route gebruiken |
| Ochtend | Lang achter het scherm | Tijdens een geschikt telefoongesprek een stukje lopen |
| Middagpauze | Eten aan het bureau | Na het eten een korte wandeling maken |
| Middag | Afspraken in dezelfde kamer | Naar een collega of andere verdieping lopen wanneer dat past |
| Avond | Na de reis opnieuw op de bank | Een gewone boodschap of wandeling inplannen |
Kies bijvoorbeeld een telefoongesprek waarbij je geen scherm of aantekeningen nodig hebt. Leg de onderbrekingen op momenten waarop je je werkplek daadwerkelijk kunt verlaten.
Plan twee concrete momenten
Maak de afspraak herkenbaar: ‘Na mijn lunch loop ik tien minuten buiten’ is uitvoerbaarder dan ‘ik moet actiever zijn’. Een tweede afspraak kan een geschikte belafspraak zijn waarbij je vijf minuten loopt. Kies zelf de tijden en de gelegenheid.
De tien en vijf minuten zijn in dit voorbeeld samen vijftien minuten wandelen. Het zijn gekozen afspraken die bij deze werkdag passen. Kies voor je eigen dag eerst het moment en daarna een uitvoerbare duur.
Zet een herinnering op een moment waarop je de onderbreking werkelijk kunt nemen. Een melding die tijdens iedere vergadering wordt weggeklikt maakt de werkdag niet anders.
Houd korte onderbrekingen en conditietraining herkenbaar
De Nederlandse beweegrichtlijn adviseert volwassenen minstens 150 minuten matig of zwaar intensieve inspanning per week, verspreid over meerdere dagen. Daarnaast noemt zij minstens tweemaal spier- en botversterkende activiteiten en het voorkomen van veel stilzitten. Die aanbevelingen beschrijven verschillende onderdelen van je week.
Een rustige ronde langs een collega onderbreekt een lang blok op een stoel. Of een wandeling ook matig intensief is, hangt af van de inspanning. Volgens de Nederlandse definities kost matig intensieve activiteit wat moeite, terwijl praten mogelijk blijft. Noteer daarom naast de minuten ook wat je deed en hoe inspannend dat voor jou was.
Gebruik bij cardio en krachttraining combineren de weekagenda voor je geplande sessies. Noteer de korte onderbrekingen in het dagoverzicht en je geplande sessies in de weekagenda.
Kijk na een paar werkdagen wat er lukte
Een klein overzicht is genoeg. Schrijf de geplande afspraak op, wat je werkelijk deed en wat de uitvoering hielp of verhinderde.
| Afspraak | Werkelijk gedaan | Wat pas je aan? |
|---|---|---|
| Na de lunch tien minuten lopen | Maandag wel, dinsdag niet | Op dinsdag duurt de afspraak tot het einde van de pauze |
| Tijdens een belafspraak vijf minuten lopen | Alleen bij het korte overleg | Kies dat overleg; niet iedere oproep is geschikt |
Pas de gelegenheid aan wanneer dezelfde afspraak steeds vervalt. Je kunt bijvoorbeeld een ander overleg kiezen of de wandeling vóór het laatste deel van de pauze plannen. Je hoeft niet meteen meer doelen aan dezelfde dag toe te voegen.
Leg het naast je training en werkbelasting
Laat je gewone trainingsafspraken in de agenda staan. Voor een kort sportschoolbezoek helpt de tijdsplanning voor 45 minuten krachttraining; voor de werkdag houd je het dagoverzicht apart.
Werk je juist al veel lopend, tillend of staand, begin dan bij wat je daadwerkelijk doet. Je hoeft het bureauvoorbeeld niet bovenop fysiek werk te stapelen. Bekijk je hele week bij herstel van krachttraining en noteer uitzonderlijk zware werkdagen naast je uitgevoerde sessies.
