Op een vaste dumbbell staat 25 lb, terwijl je logboek kilogrammen gebruikt. Neem eerst de aanduiding letterlijk over en reken daarna om. De eenheid veranderen is iets anders dan een zwaarder gewicht kiezen. Bij een paar geldt bovendien: controleer of de vermelding voor één hand of voor beide samen is bedoeld.
Voor het internationale pound geldt exact 1 lb = 0,45359237 kg. Van pounds naar kilogrammen vermenigvuldig je daarmee; voor de omgekeerde richting deel je erdoor. De afkorting lb kan op een label ook als lbs staan.
Gebruik de juiste richting
| Op het label | Rekensom | Afgerond op twee decimalen |
|---|---|---|
| 10 lb | 10 × 0,45359237 | 4,54 kg |
| 25 lb | 25 × 0,45359237 | 11,34 kg |
| 45 lb | 45 × 0,45359237 | 20,41 kg |
| 20 kg | 20 ÷ 0,45359237 | 44,09 lb |
Een Amerikaanse 45-lb-schijf is dus niet exact een 20-kg-schijf. De tabel geeft de omrekening van de opgegeven massa. Een afgerond label op een product kan zelf al een afronding bevatten.
Schrijf totaal en per hand apart
Twee dumbbells van 25 lb zijn elk ongeveer 11,34 kg en samen ongeveer 22,68 kg. Noteer voor een oefening met twee handen bijvoorbeeld ‘25 lb per hand’. Maak daar niet alleen ‘22,68 kg’ van als je eerdere notities ook per hand waren.
Bij een losse stang en schijven tel je eerst alle onderdelen op in dezelfde eenheid. Een stang van 45 lb met aan beide kanten 10 lb geeft 65 lb totaal: ongeveer 29,48 kg. Bij haltergewicht berekenen staat het verschil tussen totaal en schijven per kant.
Kies daarna pas een beschikbare belasting
Stel dat jouw vorige notitie 25 lb per hand was. De nieuwe sportschool heeft vaste dumbbells van 10 en 12 kg. De omrekening komt tussen die twee uit. Er bestaat in dit geval geen exact gelijk beschikbaar paar.
Schrijf de oorspronkelijke waarde én je werkelijk gekozen nieuwe gewicht op. Een afgeronde omrekening verplicht je niet om omhoog af te ronden. Gebruik bij een nieuwe oefenopstelling een passend startgewicht en houd die meetreeks apart.
Verwissel eenheid en toestel niet
De omrekenfactor maakt een lb-gewichtstapel niet gelijk aan een kg-stapel op een ander apparaat. Kabelverloop, hefbomen en bewegende delen blijven verschillen. Gebruik de uitleg over verschillende apparaten vergelijken wanneer ook het toestel verandert.
Bewaar in je logboek daarom drie dingen: de originele aanduiding, de eenheid en de exacte oefenvariant. Reken met de volledige factor en rond het eindgetal af; herhaald heen en weer rekenen met afgeronde tussenwaarden voegt alleen afwijking toe.
