De verse blaadjes gaan met afgekoelde geroosterde pitten en geraspte kaas in een kleine mengbeker. Je maakt ze fijn en voegt de vloeistof in delen toe. Stop wanneer je de structuur prettig vindt; een grove pasta hoeft niet volledig glad te worden.
Zet een kleine droge koekenpan, zeef, weegschaal en geschikte mixer klaar. Met de onderstaande hoeveelheden maak je één klein bakje. Hoeveel gerechten je ermee afmaakt hangt af van de hoeveelheid die je per keer gebruikt.
Ingrediënten voor één klein bakje
| Ingrediënt | Hoeveelheid |
|---|---|
| Verse basilicumblaadjes | 30 g |
| Pijnboompitten | 20 g |
| Oude kaas, geraspt | 20 g |
| Olijfolie | 30 g |
| Koud water | 20 ml, zo nodig iets meer |
| Knoflook, gepeld | Een klein teentje |
| Zwarte peper | Naar smaak |
De kaas en pitten zijn afzonderlijke ingrediënten. Een ander soort kaas of andere pitten verandert de samenstelling; neem daarvoor niet automatisch dezelfde voedingswaarden over.
Rooster de pitten en meng
- Rooster de pijnboompitten in een droge pan op matige warmte. Beweeg ze geregeld en haal ze uit de hete pan zodra ze licht kleuren. Laat afkoelen.
- Was de blaadjes onder stromend water en laat goed uitlekken. Pel de knoflook.
- Doe blaadjes, pitten, kaas en knoflook in de mengbeker. Maak kort fijn met een apparaat dat bij deze kleine hoeveelheid past.
- Meng de olie en het water in delen erdoor. Stop en controleer de structuur voordat je meer water toevoegt.
- Breng op smaak met peper en schep de benodigde hoeveelheid met een schone lepel uit het bakje.
De methode van het Voedingscentrum gebruikt ook licht geroosterde en afgekoelde pitten, gewassen basilicum en geleidelijk toegevoegde vloeistof. Er is hier geen universeel aantal mixerstanden of seconden: volg de gebruiksaanwijzing van jouw apparaat.
Meng niet meteen de hele voorraad door je pasta
Wil je een portie warme pasta afmaken, begin dan met een afgemeten hoeveelheid uit je bakje. Schep door het gare gerecht en beoordeel of je meer wilt gebruiken. Een klein beetje kookwater kan de verdeling door de pasta veranderen; het haalt de toegevoegde olie of kaas niet uit het gerecht.
Bij saus en dressing meetellen verdeel je de voedingswaarde over het werkelijk gebruikte deel. Voor deze bereiding tel je alle ingrediënten van het bakje op en weeg je daarna de gebruikte portie.
Gebruik pasta die bij je gerecht past. Bij kruiden en specerijen kies je voor andere maaltijden eerst een eenvoudige smaakcombinatie.
