Op het scherm staat tijdens een snelle haal 200 watt, maar na afloop is het gemiddelde lager. Dat hoeft geen rekenfout te zijn: de eerste waarde hoort bij een korter moment, de tweede bij een langere periode waarin je niet steeds even hard werkte.
Controleer dus niet alleen het getal en de eenheid, maar ook het label en het tijdvenster. Gaat het om de huidige inspanning, een interval of de hele geregistreerde training? Zonder die informatie kun je twee schermwaarden verkeerd vergelijken.
Herken de velden van je eigen monitor
Concept2 onderscheidt op de PM5 onder meer watts en gemiddelde watts. In ErgData zijn verschillende gegevensvelden te kiezen, waaronder huidige en gemiddelde waarden. Controleer welke weergave je hebt ingesteld voordat je een getal overneemt.
Dat maakt niet ieder toestel gelijk. Een ander apparaat kan eigen meet- en middelingsmethoden gebruiken. Houd bij een vergelijking bij voorkeur dezelfde monitor, activiteit en instellingen aan. Een identiek getal op twee verschillende sporttoestellen bewijst niet dat de taak gelijk was.
Reken een tijdsgemiddelde uit
Als je het vermogen van elk tijdblok kent, weeg je ieder blok mee met zijn duur. Dit is een rekenvoorbeeld met twee constant veronderstelde blokken:
| Blok | Vermogen | Duur | Vermogen × tijd |
|---|---|---|---|
| Eerste blok | 200 W | 60 sec | 12.000 J |
| Tweede blok | 100 W | 120 sec | 12.000 J |
| Samen | — | 180 sec | 24.000 J |
Het tijdsgemiddelde is 24.000 ÷ 180 = ongeveer 133,3 W. Het gewone gemiddelde van 200 en 100 zou 150 W zijn, maar dat geeft beide blokken evenveel gewicht terwijl het tweede tweemaal zo lang duurt.
Deze som verklaart het principe; zij reconstrueert niet de volledige interne berekening van ieder trainingsapparaat. Bij kracht en vermogen staat waarom watt arbeid per tijd beschrijft.
Controleer of rust bij de waarde hoort
Een werkinterval en een volledige sessie kunnen verschillende perioden omvatten. Zoek in de handleiding wat een gemiddeld veld bij de gekozen weergave samenvat. Neem niet zonder controle aan dat rust wel of niet is meegenomen.
Bij intervallen op de PM5 instellen kies je werk- en rustblokken vooraf. Bewaar na afloop de intervalresultaten als je juist die werkblokken wilt vergelijken, in plaats van alleen een losse hoogste schermwaarde.
Noteer een waarde die je kunt terugvinden
Een bruikbare notitie is bijvoorbeeld ‘gemiddelde watts van het tweede werkinterval, dezelfde PM5’. Schrijf ook de duur of afstand van dat interval op. Dan kan een volgende sessie dezelfde vraag beantwoorden.
In je trainingslogboek blijft het apparaatresultaat naast de concrete opdracht staan. Bewaar de huidige schermwaarde en het gemiddelde in afzonderlijke velden.
