Voer je weegmetingen met datum in. De tool vergelijkt het gemiddelde van de eerste zeven kalenderdagen met dat van de laatste zeven kalenderdagen in je reeks. Je ziet hoeveel metingen iedere periode bevat en hoeveel het gemiddelde verandert.
Zo worden de perioden gekozen
De eerste periode begint op de vroegste ingevoerde datum en telt die dag plus de zes dagen erna. De laatste periode eindigt op je laatste datum en telt die dag plus de zes dagen ervoor. Ontbrekende dagen worden niet met verzonnen gewichten gevuld. Per datum kun je één meting invoeren.
De berekening vraagt minstens twee metingen met zeven dagen verschil. Bij een korte reeks kunnen de perioden overlappen. De uitkomst vermeldt dit; onafhankelijke, volledig gevulde weken geven meer informatie dan twee losse meetdagen.
Van gemiddelde naar verandering per week
Per periode telt de tool de aanwezige gewichten op en deelt ze door het aantal metingen. Voor de verandering per week gebruikt hij het verschil tussen de twee gemiddelden en de tijd tussen de gemiddelde meetdatums van beide perioden.
Zijn de gemiddelden bijvoorbeeld 80 en 79,6 kg en liggen de gemiddelde meetdatums precies zeven dagen uit elkaar, dan is de verandering −0,4 kg per week. Onregelmatige meetdagen veranderen de tijd die in deze rekensom wordt gebruikt.
Vergelijk meetomstandigheden
Gebruik dezelfde weegschaal en zo veel mogelijk dezelfde omstandigheden. De gids lichaamsgewicht bijhouden helpt een vergelijkbare reeks verzamelen. De uitkomst beschrijft gewichtsverandering; daaruit volgt niet hoeveel vet of spiermassa is veranderd.
Leg meerdere weken naast je eet- en trainingspatroon. De caloriecalculator schat onderhoud; deze meetreeks helpt je bekijken hoe je lichaamsgewicht in de praktijk verandert.
