Bij de dumbbell side bend houd je één gewicht naast je bovenbeen en buig je je romp een klein stuk naar die kant. Daarna kom je terug tot rechtop. Je voeten blijven staan en je heupen schuiven niet opzij; je oefent een zijwaartse beweging zonder voorover te buigen.
De startpositie innemen
Pak één lichte dumbbell in je rechterhand. Sta met je voeten ongeveer op schouderbreedte en leg je linkerhand op je heup. Laat de rechterarm lang naast je lichaam hangen.
Zo voer je de oefening uit
- Adem in en buig je romp rustig naar rechts, naar het gewicht toe.
- Laat de dumbbell dicht langs de buitenkant van je bovenbeen zakken.
- Adem uit en kom terug tot rechtop.
- Herhaal zonder voorbij de middenpositie naar links te veren.
- Wissel de dumbbell na de set naar de andere hand.
Welke spieren werken?
De schuine buikspieren en spieren langs de zijkant van je onderrug beheersen het zijwaarts buigen en terugkomen. Je hand en onderarm houden de dumbbell vast.
Fouten en correcties
- Je buigt voorover of draait. Houd je borst naar voren gericht en beweeg in één zijwaarts vlak.
- Je duwt je heupen opzij. Verklein de buiging en houd je bekken boven je voeten.
- Je gebruikt een dumbbell in beide handen. Kies voor deze uitvoering één gewicht en wissel na de set van kant.
In je training
Begin bijvoorbeeld met twee sets van acht herhalingen per kant. Neem een licht gewicht waarmee je rustig terugkomt zonder een ruk te geven. Rust ongeveer een minuut tussen sets. Een grotere buiging is geen doel op zichzelf; houd de beweging beheerst.
Andere oefeningen kiezen
Bij de suitcase carry houd je ook één dumbbell vast, maar probeer je juist rechtop te blijven tijdens het lopen. De side plank laat je een zijwaartse houding vasthouden met steun op je onderarm.
